De stageperiode

 

 

 

 

De Advocatenwet (verder: Aw), de Verordening op de advocatuur (verder: Voda) en overige relevante regelgeving vindt u onder “wet- en regelgeving” op de website van de Nederlandse Orde van advocaten.

De advocaat is op grond van artikel 9b lid 1 Advocatenwet verplicht de eerste drie jaar praktijk te voeren onder begeleiding van een patroon en bij deze kantoor te houden.

De Raad zal verzoeken tot vrijstelling van stagiaires die als ondernemer praktijk willen gaan voeren niet inwilligen. De stagiaire die vrijstelling wenst zal in loondienst moeten zijn bij een advocatenkantoor of bij een werkgever zoals bedoeld in de Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking.

Meer informatie over de stageperiode, richtlijn arbeidsvoorwaarden stagiaires, examenreglement e.d. is terug te vinden op de website van de Nederlandse Orde.

 

AANVANG, DUUR EN EINDE VAN DE STAGE

 

De stage vangt aan op het moment dat de stagiaire beëdigd wordt, en de praktijk wordt aangevangen onder leiding van een patroon. De stage duurt op basis van een 40-urige werkweek 3 jaar.

 

Op grond van artikel 3.3 lid 1 van de Voda dient de stagiaire ten minste 24 uur de praktijk uit te oefenen. Indien de stagiaire een stagiaire-ondernemer is, dient de stagiaire op grond van artikel 3.3 lid 2 van de Voda de praktijk ten minste 32 uur uit te oefenen.

 

Indien parttime (=minder dan 37,5 uur) wordt gewerkt, wordt de stage op grond van artikel 9b tweede lid Aw naar evenredigheid verlengd. De Raad van de Orde gaat bij de berekening hiervan uit van de overeengekomen arbeidsduur.

 

Na afloop van de (verlengde) stageperiode beoordeelt de Raad van de Orde of de stagiaire voldoende praktijkervaring heeft opgedaan. Is dit niet het geval, dan wordt de stage op grond van artikel 9b tweede lid verlengd.

 

Op grond van hetzelfde lid kan stageverkorting worden aangevraagd; zie hiervoor de Beleidsregel stageverkorting van de Algemene Raad.

 

Is de stage op grond van artikel 3.2 eerste lid Voda voltooid, dan verstrekt de Raad van de orde daarvan een verklaring aan de advocaat. De Raad van de Orde Den Haag reikt de stageverklaring vier keer per jaar uit, en onderzoekt per kwartaal wie daarvoor in aanmerking komt (einddatum van de stage is niet de datum van uitreiking, maar de einddatum van de stage op grond van artikel 9b tweede lid Aw.)

De stagiaire hoeft de verklaring niet aan te vragen.

 

De Raad van de Orde zal op grond van artikel 3.2 sub c van de Voda de patroon en stagiaire horen om te bepalen of voldoende praktijkervaring is opgedaan. Indien de stagiaire aan alle verplichtingen heeft voldaan, ontvangen de stagiaire en de patroon van de stagiaire tijdig een uitnodiging voor de feestelijke uitreiking.

 

De uitreikingen staan in 2022 gepland op:

  • donderdag 24 maart 2022
  • vrijdag 17 juni 2022
  • donderdag 22 september 2022
  • donderdag 15 december 2022

 

TIJDENS DE STAGE


Opleidingsverplichtingen van de stagiaire

De advocaat dient het certificaat van de Beroepsopleiding Advocatuur (verder: BA) voor het einde van de stage te behalen; zie voor informatie over de BA de website van de NOvA en van de Uitvoeringsinstantie, https://beroepsopleidingadvocaten.nl/.

 

Alvorens de stageverklaring, als bedoeld in artikel 9b lid 5 van de Advocatenwet, aan de stagiaire uitgereikt kan worden, dient de stagiaire verder:

  • Minimaal 10 processtukken te hebben opgesteld;
  • Minimaal 5 keer in rechte te hebben opgetreden, waarvan de patroon ten minste één maal bij de zitting aanwezig is geweest;
  • Minimaal 10 lokale (lezings-)punten te hebben behaald;
  • De pleitoefening met een voldoende te hebben afgerond.

 

Lezingspunten en pleitoefening
In het Stagebesluit 2020 is opgenomen welke lokale activiteiten kunnen worden gevolgd waarmee de stagiaire kan voldoen aan de eisen van artikel 3.10 van de Verordening op de advocatuur.

 

Verplichtingen van de patroon

De patroon is op grond van artikel 3.13 van de Voda gebonden aan een aantal verplichtingen. Eén van die verplichtingen is dat de patroon één keer per jaar een stageverslag dient aan te leveren (zie hierboven voor het model) indien de stagiair in loondienst is (artikel 3.13 lid 7 sub a Voda) en één keer per zes maanden, indien de stagiair een stagiaire-ondernemer of een buitenstagiaire is (artikel 3.13 lid 7 sub b Voda). De termijn voor het indienen van het stageverslag begint op de datum van beëdiging.

 

Van de patroon wordt verwacht dat de verslagen tijdig worden ingediend.