BELEIDSREGELS INZAKE DE UITVOERING VAN DE STAGEVERORDENING 2012

Paragraaf 1. Goedkeuring stage en patroon

Artikel 1 Aanvraag goedkeuring stage en patronaat 

  1. Een verzoek om goedkeuring van de stage en het patronaat wordt ingediend door middel van het daarvoor door de Algemene Raad vastgestelde formulier vóór indiening van het verzoek tot beëdiging.
  2. Bij het verzoek legt de stagiaire over:
  3. de instemming van de beoogd patroon;
  4. de relevante overeenkomsten met de beoogd patroon of zijn kantoor, waaronder de arbeidsovereenkomst en/of de stageovereenkomst;
    1. De stagiaire-ondernemer legt tevens de volgende stukken over
    2. het ondernemingsplan,
    3. het bewijs van een passende kredietfaciliteit;
    4. een offerte of polis van de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
    5. de huurovereenkomst voor de duur van de stage;
    6. afspraken over waarneming bij ziekte en vakantie;
    7. de overeenkomst met de stichting derdengelden, statuten van de stichting derdengelden en een uittreksel uit het stichtingenregister van de Kamer van Koophandel.
    8. een offerte van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering met daarbij een verklaring dat wordt voldaan aan de Verordening op de administratie en financiële integriteit.

 

Artikel 2 Beoordeling goedkeuring van de patroon en stage 

  1. De onder artikel 1  tweede en derde lid genoemde stukken dienen te worden goedgekeurd door de Raad van Toezicht. 
  2. De Raad van Toezicht onthoudt de goedkeuring aan het patronaatsverzoek  in ieder geval indien de beoogd patroon in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag een tuchtrechtelijke sanctie is opgelegd:
  3. aan de beoogd patroon en de sanctie ziet op de wijze van begeleiding door de beoogd patroon;
  4. aan de beoogd patroon of een of meer van zijn kantoorgenoten, en de sanctie ziet op de praktijkvoering of praktijkuitoefening van zijn kantoor.
    1. De Raad van Toezicht onthoudt de goedkeuring in ieder geval indien klachten zijn ontvangen bij de deken of de Raad van Toezicht, die zien op gedragingen die plaatsvonden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek en die klachten gegrond zijn verklaard en:
    2. afkomstig zijn van stagiaires en betrekking hebben op de begeleiding door de beoogd patroon of een of meer van zijn kantoorgenoten of,
    3. afkomstig zijn van derden, en betrekking hebben op onbetamelijk gedrag van de beoogd patroon.
      1. De Raad van Toezicht onthoudt de goedkeuring op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel e, laatste zinsdeel, van de Stageverordening 2012 indien het aantal stagiaires meer dan twee betreft.
      2. De Raad van Toezicht onthoudt de goedkeuring, op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel f, van de Stageverordening 2012, indien in de drie jaren voorafgaand aan het verzoek van meer dan een stagiaire de stage is geëindigd zonder stageverklaring om redenen die zijn toe te rekenen aan de beoogd patroon of het kantoor.

 

Artikel 2A. Ontheffing 7 jaars eis 

Indien de beoogd patroon korter dan zeven jaar maar langer dan vijf jaar is ingeschreven kan de Raad van Toezicht de goedkeuring verlenen indien:

  1. de beoogd patroon blijk geeft van voldoende ervaring om de stagiaire te begeleiden;
  2. de beoogd patroon de cursus voor patroons heeft gevolgd;
  3. het patronaat geen buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer betreft;
  4. de beoogd patroon geen andere stagiaires heeft;
  5. de beoogd patroon en stagiaire aannemelijk maken dat het vinden van een andere patroon bezwaarlijk is en
  6. er geen andere bezwaren tegen goedkeuring zijn.

 

Artikel 2B. Ontheffing EU advocaat 

  1. Indien de beoogd patroon, bedoeld in artikel 7, tweede lid van de Stageverordening 2012 korter dan vier jaar maar langer dan twee jaar is ingeschreven, kan de Raad van Toezicht de goedkeuring verlenen indien:
  2. de beoogd patroon blijk geeft van voldoende ervaring om de stagiaire te begeleiden;
  3. de beoogd patroon de cursus voor patroons heeft gevolgd;
  4. het patronaat geen buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer betreft;
  5. de beoogd patroon geen andere stagiaires heeft;
  6. de beoogd patroon en stagiaire aannemelijk maken dat het vinden van een andere patroon bezwaarlijk is en
  7. er geen andere bezwaren tegen goedkeuring zijn.

 

Paragraaf 2. Vrijstelling kantoor houden bij patroon ex. artikel 9b, derde lid Advocatenwet

Artikel 3 Aanvraag vrijstelling kantoor houden bij patroon 

  1. Op een aanvraag voor een vrijstelling om bij de (beoogd) patroon kantoor te houden, op grond van artikel 9b, derde lid, van de wet zijn het tweede tot en met derde lid van dit artikel van toepassing.
  2. Een verzoek om vrijstelling, bedoeld in artikel 9b, derde lid, van de wet, wordt ingediend voorafgaand aan de indiening van het verzoek tot beëdiging.
  3. De stagiaire gebruikt voor het verzoek het daarvoor bedoelde formulier van de Raad van Toezicht en legt daarbij de volgende bescheiden over:
  4. de instemming van de beoogd patroon;
  5. een begeleidingsplan, waaronder verstaan wordt de afspraken inzake de concrete begeleiding van de stagiaire;
  6. de relevante overeenkomsten zoals de arbeidsovereenkomst of samenwerkingsovereenkomst en/of stageovereenkomst;
  7. een offerte van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering met daarbij een verklaring dat wordt voldaan aan de Verordening op de administratie en financiële integriteit of een verklaring van de werkgever dat de stagiaire wordt toegevoegd aan de bestaande verzekering van het kantoor;
  8. een bewijs dat het kantoor adequaat is ingericht als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van deze beleidsregels en, indien van toepassing, een huurovereenkomst;
  9. een verklaring van een meer ervaren advocaat zoals in artikel 4, eerste lid, van deze beleidsregels is bedoeld.

 

Artikel 4 Beoordeling vrijstelling 

  1. Bij de beoordeling of er sprake is van een behoorlijke praktijkuitoefening als bedoeld in artikel 9b, derde lid, van de wet, neemt de Raad van Toezicht de volgende aspecten in acht:
  2. de stagiaire houdt voor de dagelijkse begeleiding in de uitoefening van de praktijk kantoor bij een advocaat die langer dan vijf jaar als zodanig werkzaam is, in het bezit is van de stageverklaring en bij wie geen andere stagiaire werkzaam is.
  3. de stagiaire en beoogd patroon zijn in de gelegenheid om op regelmatige basis, dat wil zeggen het eerste jaar dagelijks, overleg te plegen over de lopende zaken en de in- en uitgaande post;
  4. de beoogd patroon bezoekt op regelmatige basis, dat wil zeggen in het eerste jaar wekelijks en vanaf dat moment eens per vier weken, het kantoor van de stagiaire;
  5. de stagiaire bezoekt op regelmatige basis, dat wil zeggen in het eerste jaar wekelijks en vanaf dat moment eens per twee weken, het kantoor van de beoogd patroon;
  6. het kantoor van de stagiaire is adequaat ingericht en beschikt over een behoorlijke inventaris, waaronder doelmatige communicatiemiddelen en voldoende handboeken en literatuur.
    1. Voor de stagiaire die als advocaat in dienstbetrekking werkzaam is ingevolge de Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking wordt toepassing gegeven aan de eisen zoals verwoord in het schema bij de Aanbeveling van de Algemene Raad van 20 januari 1997 bij de inwerkingtreding van de Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking.
    2. Geen vrijstelling wordt verleend aan een stagiaire-ondernemer, behoudens in die gevallen waarin de patroon wordt aangewezen op grond van artikel 9b, vierde lid, van de wet.

 

Artikel 5 Aan vrijstelling verbonden voorwaarden

Aan de vrijstelling worden de volgende voorwaarden verbonden:

  1. de stagiaire voldoet aan de voorschriften, gesteld bij of krachtens de wet;
  2. de stagiaire en de (beoogd) patroon komen de overeengekomen afspraken in het kader van de begeleiding na, zoals ze bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1, zijn overgelegd;
  3. de stagiaire en de (beoogd) patroon informeren de Raad van Toezicht per ommegaande over wijzigingen in de kantoor(situatie) van de stagiaire en/of de (beoogd) patroon. 

 

Artikel 6 Intrekken vrijstelling 

  1. De Raad van Toezicht trekt de vrijstelling in, indien:
  2. de patroon of stagiaire zich niet aan de bepalingen van artikel 9, 10, 13 en 14 van de Stageverordening 2012 houden; 
  3. de patroon of stagiaire de Raad van Toezicht onvoldoende informeren over de (kantoor)situatie van de patroon of stagiaire;
  4. de Raad van Toezicht van oordeel is dat de begeleiding van de stagiaire door de patroon of de meer ervaren advocaat in de praktijk onvoldoende is;
  5. de stagiaire zich op enige wijze aan het toezicht door de patroon of de Raad van Toezicht onttrekt, waarbij onder meer gekeken wordt naar de reactie op verzoeken om inlichtingen, de bereikbaarheid, het beantwoorden van telefoongesprekken of andere berichten;
  6. de administratie niet conform de daartoe gestelde regels, in het bijzonder de Verordening op de administratie en financiële integriteit, is ingericht.
    1. Voordat de Raad van Toezicht een besluit tot intrekking neemt, stelt hij de patroon en de stagiaire in de gelegenheid hun zienswijze daarover naar voren te brengen.
    2. Nadat de vrijstelling, bedoeld in artikel 9b, derde lid, is ingetrokken onderzoekt de Raad van Toezicht of de stagiaire kantoor is gaan houden bij de patroon. Indien dat niet het geval is, mag de stagiaire de praktijk niet uitoefenen en is op grond van artikel 5, tweede lid, van de Stageverordening 2012 de stage van rechtswege opgeschort. De Raad van Toezicht kan in dat geval  de maatregelen nemen genoemd in artikel 11 van deze beleidsregels .

 

Paragraaf 3 Bemiddeling bij zoeken patroon

Artikel 7 Bemiddeling bij het zoeken patroon  

  1. Een verzoek tot bemiddeling ontslaat de stagiaire niet van de verantwoordelijkheid om zelf te zoeken naar een nieuwe patroon. 
  2. De Raad van Toezicht kan bij het zoeken van een (tijdelijke) patroon bemiddelen indien de stagiaire aan de Raad van Toezicht aantoont dat de zoekacties onvruchtbaar zijn. De stagiaire legt daarbij bewijs over van de door de stagiaire in dat kader ondernomen activiteiten.

 

Paragraaf 4. Verkorting van de stage

Artikel 8 Verkorting stage

Op een verzoek tot verkorting van de duur van de stage past de Raad van Toezicht het beleid van de Algemene Raad toe zoals geformuleerd in Beleid inzake stageverkortingen (dat als bijlage bij deze beleidsregels is gevoegd).

Paragraaf 5. Voltooiing van de stage

Artikel 9 Voltooiing van de stage

  1. De Raad van Toezicht ontvangt voor de beoordeling of de stage is voltooid van de patroon en/of stagiaire de volgende gegevens:
  2. het bewijs van het voldoen aan de verplichtingen in artikel 11, eerste lid, van de Stageverordening 2012;
  3. het bewijs van het voldaan hebben aan de verplichtingen in artikel 12, eerste lid, van de Stageverordening 2012;
  4. het bewijs van het behaald hebben van de beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Stageverordening 2012;
  5. een verklaring van de patroon dat de stagiaire geschikt is voor het beroep van advocaat en over voldoende praktijkervaring beschikt;
  6. eventuele overige  informatie die van belang kan zijn voor de beoordeling.
    1. Bij de beoordeling of er sprake is van voldoende praktijkervaring als bedoeld in artikel 9b, tweede lid, van de wet, neemt de Raad van Toezicht mede de volgende aspecten in acht:
    2. of de stage al dan niet opgeschort is geweest ingevolge artikel 5 van de Stageverordening 2012;
    3. of de stagiaire heeft voldaan aan de verplichtingen in de artikelen 10, 11 en 12 van de Stageverordening 2012;
    4. indien het een buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer betreft, of de stagiaire heeft voldaan aan artikel 13 en 14 van de Stageverordening 2012;
    5. of er klachten, al dan niet tuchtrechtelijk, bekend zijn over de stagiaire, zijn patroon of het kantoor van de stagiaire of de patroon.

 

Artikel 10 Verlenging van de stage 

  1. De Raad van Toezicht kan de stage verlengen, indien het  aannemelijk is dat voor het einde van de termijn de stagiaire alsnog over voldoende praktijkervaring beschikt en dat de ontbrekende verplichtingen zijn vervuld.
  2. Indien na afloop van de verlenging niet is voldaan aan de vereisten voor afgifte van de verklaring van voltooide stage onderzoekt de deken de mogelijkheid van toepassing van artikel 46f van de wet.

 

Paragraaf 6. Toezicht en handhaving

Artikel 11  

  1. Indien de stage opgeschort of geëindigd is, onderzoekt de Raad van Toezicht of de stagiaire de  praktijk niet meer uitoefent.
  2. Indien blijkt dat de praktijk niettemin wordt uitgeoefend:
    1. dient de deken een klacht, als bedoeld in artikel 46f van de wet in tegen de stagiaire;
    2. draagt de deken de patroon zo mogelijk op zorg te dragen voor de aan de stagiaire toevertrouwde belangen van cliënten.

 

Paragraaf 7 Hardheidsclausule

Artikel 12

Indien de toepassing van deze beleidsregels leidt tot een onevenredige uitkomst kan de Raad van Toezicht van deze regels afwijken.

Aldus vastgesteld door de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag op 14 februari 2013.

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 maart 2013 en zijn van toepassing op stagiaires die na die datum beëdigd worden. Deze beleidsregels treden in de plaats van het Stagereglement 2010, dat slechts blijft gelden voor stagiaires die beëdigd zijn voor 1 maart 2013.